Alles wat je nodig hebt voor laden op zonnestroom
Minimale set voor dagelijks e-bike gebruik
Voor het dagelijks opladen van één e-bike heb je in de basis genoeg aan één zonnepaneel van 400 wattpiek, een omvormer van ongeveer 300 watt en eventueel een thuisbatterij van 2 tot 5 kWh. Een gemiddelde e-bike-accu is ongeveer 500 wattuur (Wh), dus 0,5 kWh per lading. Door verlies bij het laden heb je eerder rond de 0,6 kWh nodig voor een volle accu. Een paneel van 400 wattpiek levert op een gemiddelde dag ongeveer 1,2 tot 1,6 kWh op. Dat is vaak goed voor twee tot drie volle laadbeurten van een accu rond de 500 Wh.
Wil je dagelijks meer e-bikes kunnen laden, dan ga je mee omhoog in panelen en omvormer. Bijvoorbeeld twee panelen van 400 wattpiek en een omvormer van 600 tot 800 watt voor twee fietsen. Zie de tabel hieronder voor het overzicht.
Onderstaand overzicht laat de minimale systeemonderdelen per aantal e-bikes zien:
| Aantal e-bikes |
Panelen |
Omvormer |
Batterij |
| 1 |
1 × 400 Wp |
300 W |
2–5 kWh (optioneel) |
| 2 |
2 × 400 Wp |
600–800 W |
2–5 kWh (optioneel) |
De omvormer maakt de stroom van je panelen bruikbaar voor je stopcontact. Het vermogen moet een beetje passen bij het totaal aan panelen, zodat je niet onnodig opbrengst misloopt op piekmomenten. Heb je bijvoorbeeld 800 wattpiek aan panelen, dan is een omvormer van minimaal 600 watt vaak een logische keuze.
Een thuisbatterij is niet nodig om je e-bike te kunnen laden, maar het maakt je wel flexibeler. Je kunt dan ook ’s avonds of bij grauw weer laden met stroom die je eerder op de dag hebt opgeslagen.
Zo werken panelen, omvormer en batterij samen
Zonnepanelen voor dit soort gebruik zitten vaak tussen de 350 en 450 wattpiek per paneel en zijn ongeveer 170 bij 100 centimeter. Bij volle zon levert een paneel van 400 wattpiek in de praktijk vaak rond de 300 tot 350 watt.
In de zomer kan dat richting 2 kWh per dag per paneel gaan, en in de winter zakt het soms naar ongeveer 0,4 kWh per dag. Moderne panelen halen grofweg 20 tot 22 procent rendement. Je kijkt dus niet alleen naar het vermogen, maar ook naar je dakruimte en de ligging (zuid, oost of west).
Omvormers voor kleinere zonnesystemen zitten vaak tussen de 300 en 3000 watt. Thuis hangen panelen vaak aan één omvormer. Nadeel daarvan is dat één paneel in de schaduw de rest kan beïnvloeden.
Heb je vaak schaduw op één of meer panelen, dan kun je micro-omvormers per paneel nemen. Die vangen verschillen beter op, maar zijn duurder.
Zo helpt een thuisbatterij je meer zonnestroom te gebruiken
Een thuisbatterij bewaart stroom die je opwekt maar niet meteen gebruikt, zodat je die later alsnog kunt pakken. Veel thuisbatterijen zitten tussen de 5 en 15 kWh. Het rendement bij opslaan en terugleveren ligt vaak rond de 90 tot 95 procent.
Voor e-bikegebruik betekent dat: met ongeveer 10 kWh opslag kun je grofweg vijftien keer een 500 Wh-accu volledig laden. In de praktijk gebruik je zo’n batterij meestal ook voor andere apparaten in huis. Neem bij het kiezen liever wat marge, zodat het ook werkt op dagen met minder zon.
Grotere solarstallingen voor veel fietsen
Solar fietsenstallingen gebruiken grotere systemen dan je thuis nodig hebt. Denk aan meer panelen, een zwaardere omvormer en een centrale batterij. Een stalling met tien plekken heeft vaak acht tot twaalf panelen (samen 3200 tot 4800 wattpiek), een omvormer van 3000 tot 4000 watt en een batterij van 15 tot 20 kWh.
Zo’n installatie wekt per jaar ongeveer 3500 tot 5000 kWh op. Dat is genoeg voor grofweg 7000 tot 10000 volledige laadbeurten van een 500 Wh-accu. Op drukke dagen vangt de batterij pieken op, zodat er per laadpunt genoeg overblijft.
De belangrijkste eigenschappen van een typische solar fietsenstalling staan hieronder samengevat:
| Aantal plekken |
Panelen |
Totaal Wp |
Omvormer |
Batterij |
| 10 |
8–12 stuks |
3200–4800 Wp |
3000–4000 W |
15–20 kWh |