Wat kost een lichte e-bike echt voor jou?
Zo kies je een prijsklasse die bij je past
In het instapsegment (ongeveer 1.500 tot 2.500 euro) vind je vooral simpele, lichte stadsfietsen met een aluminium frame, een basis motor en een kleinere accu. Ze zijn bedoeld voor kortere ritten tot ongeveer 40 kilometer, vooral praktisch en zonder veel extra’s.
In het middensegment (ongeveer 2.500 tot 4.000 euro) merk je meestal duidelijk verschil. Je krijgt vaak een lichter en steviger frame, een motor die soepeler aanvoelt en een accu die beter past bij regelmatig woon-werkverkeer. Dit segment zit vaak goed tussen comfort en een wat sportiever gevoel in. Voor een stadsforens (2×15 km per dag), recreant (1×70 km per week) en OV-fietser (onregelmatig, veel tillen) pakt meestal respectievelijk een middenklasse e-bike met 300–400 Wh, een midden- tot topklasse met 400–500 Wh en een lichte vouwfiets uit het midden- of topsegment met 250–300 Wh financieel en praktisch het beste uit.
In het topsegment (vanaf ongeveer 4.000 tot soms 8.000 euro) vind je vaak de lichtste modellen (ongeveer 13 tot 17 kg), met een aluminium of carbon frame en onderdelen die langer meegaan. Dit is vooral interessant als je veel fietst, langere tochten maakt, of gewoon zo min mogelijk gewicht wilt.
| Segment |
Prijs |
Gewicht |
Bereik |
| Instap |
€1.500–€2.500 |
18–20 kg |
Tot 40 km |
| Midden |
€2.500–€4.000 |
15–19 kg |
60–80 km |
| Top |
Vanaf €4.000 |
13–17 kg |
80+ km |
Kijk naar totaalcomfort, niet alleen naar kilo’s. Een laag gewicht en een scherpe prijs klinken goed, maar zeggen niet alles. Een e-bike van 15 kg voor 2.000 euro kan bijvoorbeeld een simpele motor of kleine accu hebben die sneller achteruitgaat. Ook de kwaliteit van onderdelen telt mee voor hoeveel gedoe je later hebt. Systemen van merken zoals Bosch en Shimano zijn meestal goed te onderhouden, terwijl minder bekende systemen soms lastiger te repareren zijn en onderdelen niet altijd makkelijk te vinden zijn. Uit praktijkdata van fietsenmakers, Consumentenbond-tests en gebruikersfora blijkt bovendien dat app-gedoe, onderdelen kunnen krijgen na 5+ jaar, diefstalbeveiliging (trackers/locks) en bekende probleemseries (zoals vroege VanMoof- en Cowboy-generaties) minstens zo belangrijk zijn voor je dagelijkse gebruik als gewicht en prijs.
Het merk en het netwerk van dealers speelt ook mee. Als er veel fietsenwinkels met dat merk zijn, ben je meestal sneller geholpen bij service en garantie dan bij een merk dat alleen online verkoopt. En let op de zithouding. Een ultralicht model van rond de 14 kg rijdt vaak wat sportiever en directer. Wil je vooral relaxed en rechtop naar werk, dan past een comfortabelere setup vaak beter.
Kijk dus niet alleen naar prijs en kilo’s, maar naar het totaal: motor, accu, frame, houding en hoe makkelijk je service regelt in jouw buurt.
Wat betaal je aan onderhoud en wat blijft je fiets waard?
Jaarlijkse kosten die je kunt verwachten. Reken bij een lichte e-bike op ongeveer 150 tot 300 euro per jaar aan onderhoud. Een onderhoudsbeurt kost meestal 75 tot 120 euro. Dan worden onder andere remmen, versnellingen, bouten, naven en elektronica gecontroleerd, schoongemaakt en afgesteld. Onderdelen slijten gewoon mee en moeten af en toe vervangen worden.
De accu is vaak de grootste kostenpost: ongeveer 400 tot 800 euro. De levensduur zit vaak rond de 500 tot 1.000 volledige laadcycli, dus na een paar jaar kan vervanging nodig zijn. Bij kleinere accu’s tik je die cycli sneller aan als je vaak tot bijna leeg rijdt. Motor en elektronica van bekende merken gaan meestal lang mee, maar buiten garantie kan een grotere reparatie alsnog snel een paar honderd euro kosten. Volgens fabrikanten als Bosch en Shimano en testen van de Consumentenbond zit een accu na 500 cycli vaak nog rond de 60–70% capaciteit.
De belangrijkste onderhoudsposten met kosten en levensduur op een rij:
- Jaarlijkse beurt: ongeveer 75 tot 120 euro per jaar
- Ketting: ongeveer 25 tot 40 euro, levensduur 2.000 tot 3.000 kilometer
- Remblokjes: ongeveer 30 tot 50 euro per set, levensduur 3.000 tot 5.000 kilometer
- Banden: ongeveer 40 tot 70 euro per stuk, levensduur 4.000 tot 6.000 kilometer
- Accu: ongeveer 400 tot 800 euro, na 500 tot 1.000 volledige laadcycli
Levensduur. Bij normaal gebruik zit je vaak tussen de 5 en 10 jaar. De accu is meestal na 3 tot 5 jaar aan vervanging toe. Frame en motor gaan vaak langer mee als je onderhoud bijhoudt, zeker bij duurdere modellen met goede onderdelen. Bij eenvoudiger aluminium modellen zie je na 5 tot 7 jaar soms grotere vervangingen aankomen (zoals wielen, tandwielen en een accu), waardoor de kosten in die periode kunnen oplopen.
De restwaarde na 3 jaar ligt bij lichte modellen uit het hogere segment vaak rond de 40 tot 50 procent van de nieuwprijs, als het een bekend merk is en de fiets netjes is bijgehouden. Minder bekende merken zakken vaker naar 25 tot 30 procent. Een lichtgewicht e-bike van 3.500 euro is dan na 3 jaar nog ongeveer 1.400 tot 1.750 euro waard. Vergeleken met zwaardere e-bikes zijn de onderhoudskosten per jaar ongeveer gelijk, al kunnen onderdelen bij lichte modellen soms wat duurder zijn omdat ze compacter en lichter zijn gemaakt.
Aan de andere kant slijten remmen en banden bij lichtere fietsen vaak iets minder snel, omdat er minder gewicht op staat. Over 5 jaar kost een lichtgewicht e-bike van 3.500 euro in totaal ongeveer 4.250 euro (3.500 euro aanschaf + 1.250 euro onderhoud – 1.500 euro restwaarde). Een zwaardere e-bike van 2.500 euro komt in dezelfde periode op ongeveer 3.500 euro (2.500 euro aanschaf + 1.200 euro onderhoud – 1.200 euro restwaarde). Dat is grofweg 150 euro per jaar verschil, en voor veel mensen is dat het waard door het gemak van minder tillen en makkelijker parkeren.